We vertrokken uit het mijnstadje Cue in bijzondere omstandigheden. Het regende! Dat gebeurt hier in de outback niet vaak! Maar erg goed voor de natuur en het komende ‘wild flowers’ seizoen. (Een paar weken later was de outback beschilderd met allerlei prachtige kleuren van de bloeiende bloemen.) Vandaag rijden we naar New Norcia, een bijzondere plek in Australië, want hier is een Spaans benedictijnenabdij dat gesticht is in 1846 met een lange en roerige geschiedenis.
We vertrokken vroeg in de ochtend omdat we 517 km moesten rijden, zo’n 5,5 uur. Het was bijzonder om de natuur hier nat te zien. Overal plassen water langs de weg en je zag op allerlei plekken vers gras groeien en andere plantjes die er mooi groen uit zien.
Plots reed er een auto voor ons midden op de weg, met blauwe zwaailichten. We moesten aan de kant van de weg gaan staan, want er kwam iets heel groots aan! Al snel zagen we een gigantische schep (later bleek het de klep van een kiepwagen te zijn) op een mega vrachtwagen staan. Een nieuwe levering voor één van de grote mijnen. Indrukwekkend om te zien. In totaal moesten we 4x stoppen voor gigantische machines en scheppen en banden die langs kwamen.
Na drie uur rijden kwamen we bij een drooggevallen meer, zoals er zoveel zijn hier. Het was een bijzonder punt, want het uitgestrekte landschap met de struiken, Spinifex en eucalyptus bomen dat we zo goed kende stopte in één keer. Het maakte plaats voor akkers. Overal akkers. Akkers zover je kunt zien. We hadden nog geen idee wat er hier groeit. SOmmige akkers waren nog kaal.
Het eerste dorpje waar we weer doorkwamen was Wubin. Het grootste gedeelte van het dorpje werd bezet met twee road train rangeerterreinen. Dit is de hub waar de road trains verzamelen, bijtanken en de outback in rijden. Daarnaast is het de plek waar de graanopbrengsten uit de regio in twee enorme hallen wordt bewaard voor transport. Er wonen nog maar 90 mensen. Er is wel één hotel/motel/pub! Oh en er is een golfbaan! haha, crazy ozzy’s!
We reden weer verder, nog 1 1/2 uur zo’n beetje naar New Norcia, het landschap werd steeds groener en heuveliger en was mooi en fris om te zien. Er groeide alleen geen graan op de akkers hier. Wat was dat toch met die mooie gele bloemetjes?

Aankomst bij New Norcia

Voordat we aankwamen bij de abdij van New Norcia, ontdekten we wat er toch op al die akkers groeide. Het is een klein plantje, lijkt beetje op koolzaad, het is een soort veredelde versie, het heet canola. In Nederland zouden we het koolzaadolie noemen. Er zijn verschillende varianten van deze plant. Het wordt gemaakt om olie van te maken. En kan ook gebruikt worden als biobrandstof. De rest materialen van de plant worden weer gebruikt als krachtvoer voor het vee.
We waren blij dat we eindelijk uit konden stappen na onze lange rit. Bij het uitstappen merkten we meteen dat we in een ander soort klimaat terecht waren komen. Het was frisser, groener en voelde weer even lekker aan. We stapten uit bij een soort benzinestation en café in New Norcia. Fida had op hun website gelezen dat achter het gebouw camper plekken beschikbaar waren. We checkten hier in en aten wraps voor de lunch bij het café. En Yela en Niva genoten van een baby-chino. In het café bleken Europeese backpackers te werken. Een Belg en twee Fransen.
Na de lunch haalden we bij het bezoekerscentrum een kaart van de omgeving op en liepen een mooie wandeling door de omgeving en langs de mooie oude gebouwen. Je voelde dat de gebouwen oud waren. Onderhoud werd niet overal meer zo goed gedaan. We kwamen langs verschillende gebouwen: de smid, de bakkerij, de olijvenpers, de abdijkerk, museum, kunstgalerij, het New Norcia Hotel (waar ouders van scholieren konden verblijven) en natuurlijk het ‘St Gertrude’s College’ en het ‘St Ildephonsus’ College’ die beide de deuren sloten in 1991. Yela en Niva vonden het ook leuk om rond te kijken. Onderweg werden er bloemenboektjes gemaakt en stokken verzameld.



We vonden ook nog een GeoCache!

Een korte uitleg over New Norcia
In de stille Wheatbelt van West-Australië ligt New Norcia, het enige kloosterdorp van Australië. Ooit gesticht door Spaanse benedictijnen in 1847, groeide het uit tot een plek van gebed, onderwijs en landbouw. Vandaag telt het dorp nog maar enkele tientallen inwoners, maar de abdij, oude scholen en erfgoedgebouwen vertellen nog steeds verhalen van geloof, strijd en geschiedenis.
Langs de rivier de Moore, ver van de drukte van Perth, bouwden Dom Serra en Dom Salvado in de 19e eeuw een abdij die de naam kreeg van Benedictus van Nursia. Het kloosterdorp werd onder andere een centrum waar Aborigineskinderen onderwijs kregen.
Hoewel New Norcia vaak wordt gepresenteerd als een spiritueel en historisch erfgoed, kent het dorp ook een donkere bladzijde. Gedurende meer dan een eeuw werden er zogenoemde weeshuizen voor Aboriginal jongens en meisjes gerund door de Benedictijnse gemeenschap. Deze instellingen waren het toneel van ernstige misstanden, waaronder seksueel misbruik en mishandeling van kinderen. Het idyllische kloosterdorp draagt daardoor niet alleen de sporen van religieuze toewijding, maar ook van pijn en trauma die nog steeds doorwerken in de levens van allerlei mensen.
Door de jaren heen veranderde New Norcia: scholen sloten, het hotel verdween, maar de abdij bleef als een stille getuige van een bewogen verleden. Tegenwoordig wandelen bezoekers langs de New Norcia Heritage Trail, langs kerken, oude colleges en een museum vol verhalen.
Op naar Cervantes en Nambung
’s Avonds koelde het snel af. Het werd koud. We besloten in de camper te eten. Daarna nog wat spelletjes gespeeld en toen lekker slapen.
De volgende dag was het alweer maandag 11 augustus. Onze laatste week :-(. Na pannekoeken voor ontbijt maakten we een mooie rit naar Cervantes. Het landschap onderwerg was heuvelig en er was weer meer leven te zien. Een aangename afwisseling ten opzicht van de lange ritten door de outback. We kwamen vaker door dorpjes. Zoals door Moora, waar we stopten voor de lunch. En even keken bij een Visitor Center. Dat was nogal opvallend een oude boel! Met folders van Moneky Mia van 10 jaar oud!

Onderweg naar Cervantes stopten we bij verschillende GeoCache plekjes. Sommige waren makkelijke oppikkers voor andere moesten we goed zoeken. Hierdoor kwamen we wel op mooie plekjes en langs boederijen. We stopten ook in een parkje waar we na lang lang zoeken uit eindelijk de cache vonden onder een boom tussen de struiken. Sven moest heel nodig poepen en dacht on op gemerkt even te poepen achter een boom. Helaas zagen Yela en Niva het. Ze kwam hard lachend aan gelopen, “Papa, wat doe je nou?” en m’n poep werd even gestudeerd en toen renden ze snel weg, “Wat een stank!”

Rond een uur of twee kwamen we aan bij RAC Cervantes Holiday Park. En we kregen meteen een vakantie gevoel! De zon scheen, het was lekker weer! We waren bij het strand. Echt heerlijk. Yela en Niva konden niet wachten om in het zwembad te duiken. Die trokken na aankomst op onze camperplek voor de nacht, meteen hun kastjes open met daarin hun zwemspullen. Sven wilde nog even een rondje lopen om te kijken bij het strand, maar deed voor de zekerheid ook alvast zijn zwemspullen aan. Fida nam d’r e-reader mee voor bij het zwembad. Lekker op een bedje chillen.
Het was prachtig hier. Helaas had de strom van een week eerder het strand rommelig gemaakt en stukken van de kleine duinen weggeslagen. De zee was ook nog onrustig, dus zwemmen in zee zat er niet in. Dus na wat foto’s maken van zeemeeuwen en de omgeving rende Sven weer terug naar het zwembad. En wat bleek! Het was een verwarmd buitenbad! Oohhh zo lekker! Samen met Yela en Niva zwommen en speelden we heerlijk in het bad, dat we helemaal voor onszelf hadden.
The Pinnacles
Eigenlijk wilden we nog blijven, maar we gingen nog rond zonsondergang bij The Pinnacles Desert zijn in Nambung National Park. Zo gezegd, zo gedaan. Op 20 minuutjes rijden lag dit bijzondere natuurgebied. Sven was hier 18 jaar geleden ook geweest. Nu was het wel heel toeristisch geworden, met bussen voor Aziatische toeristen die kwamen kijken.
The Pinnacles Desert is een gebied waar duizenden kalkstenen pilaren uit het gele zand oprijzen.
- Wat is het? Een woestijngebied met grillige kalkstenen pilaren, soms wel 5 meter hoog.
- Hoe ontstaan? Miljoenen jaren geleden vormden schelpen en zeedieren dikke lagen kalksteen. Wind en erosie hebben deze lagen blootgelegd en uitgesleten tot de pilaren die je nu ziet.
- Waarom bijzonder? Het surrealistische uitzicht, vooral bij zonsopkomst of zonsondergang, maakt het een van de meest iconische natuurwonderen van West-Australië.









We vonden het heerlijk om rond te lopen en kijken in dit bijzondere gebied. De meiden vermaakten zich met spelen tussen alle Pinnacles. Sven ontdekte vanuit een uitzichtspunt een kangoeroe. Zachtjes riep hij de meiden erbij. Ze konden van heel dichtbij de kangoeroe goed bekijken. Dat was leuk!

Toen werd het al snel donker. We moesten nog terugrijden, dat moest door het donker. Eigelijk mag dat niet met de camper vanwege de hoge kans dat je hier in het donker kangoeroes aanrijd. En vaak is dan je voorkant goed stuk. Gelukkig ging het terug rijden goed. We zaten met z’n vieren super alert langs de weg te kijken of we een beest zagen en we reden niet te hard.
Ondertussen hadden we honger gekregen. We besloten in Cervantes te eten bij de lokale bowling club. Waar ze een goed restaurant hadden. In de camper kleden we ons netjes aan. Toen we naar buiten stapten voelden hoe het al was afgekoeld. Snel naar binnen.
Na een goede maaltijd vielen we heerlijk in slaap in onze vertrouwde camper op de RAC Holiday park.
Wat een mooie dagen waren het. Morgen rijden we verder zuidelijk. Op naar Lancelin Sand Dunes, Two Rocks en Yancep National Park.

0 reacties