
Na onze prachtige Eco Retreat ging onze ontdekkingstocht weer verder. We reden in een half uurtje naar de Karijini Experience. Eigenlijk gewoon een visitor center in een heel mooi ontworpen gebouw. Met informatie over de geschiedenis, cultuur en natuur van Karijini. In dit gebied hebben ook veel Aboriginals gewoond met hun eigen gewoontes. Een prachtige interessante cultuur waar in Europa weinig bekend van is. Wat goed is om te weten is dat de Aboriginals meesters waren in het overleven in de natuur. Ze reisden met hun 6 seizoenen en wisten van elk plantje, struik of boom wat het te bieden heeft. Dit kan zijn water in de wortels, voedzame bloemen of bladeren en bruikbare kleverige stoffen om gereedschappen mee te kunnen maken.
Yela zag bij het winkeltje een klein glazen cilindertje met wat puur goud erin te koop. Yela wist meteen dat ze dat wilde kopen met d’r Australische dollars die ze heeft. Niva wilde meteen ook perse iets kopen, maar eigenlijk zag ze niet echt is wat bij haar paste. Ze wilde bijna een niets zeggend armbandje kopen, gelukkig konden we d’r uitleggen dat ze beter nog even d’r geld kon sparen, voor wanneer ze iets ziet dat wel echt bij d’r past.
Rond 11 uur waren we bij de Fortescue Falls Carpark. Het was heerlijk zonnig en warm. We aten nog wat fruit in de camper, deden onze Tefa’s aan en vulde een rugzak met eten en genoeg te drinken. Toen begonnen we aan de Fortescue Falls Trail. Eerst bovenlangs de gorge, kloof, daarna naar beneden en vervolgens door de kloof naar de Fern Pool.

Het was een prachtige wandeling door verschillende microklimaten. Boven de kloof warm, droog en allerlei prachtige kleine begroeiing en her en der een eucalyptus boom. Hoe dieper we in de kloof komen hoe meer groen en wordt. Er stroomt ook water en daar omheen is het heel groen. Met allerlei groene grassoorten die we anders niet zien. En hele hoge eucalyptusbomen.
Check deze video om mee te kijken bij onze wandeling en het zwemmen bij Fern Pool!



’s Avonds sliepen we bij Dales Campground. Een natuurcamping met alleen een bushtoilet. Een dunny. In de ondergaande zon genoten we na van de prachtige wandeling, wat chipjes en wat lekker te drinken. Toen het donker werd eten en toen lekker slapen. We lagen er net in toen we in de verte de dingo’s hoorden huilen.

Zaterdag 9 augustus stonden we heel vroeg op! Want vandaag werd de langste dag rijden van deze reis. Meer dan 750 kilometer! Om half 8 reden we weg van Karijini, jammer, we hadden best nog wat wandelingen hier willen doen.

Onze navigatie gaf wel iets bijzonders aan deze dag! 771 km rechtdoor! En vandaag kwamen we maar door 3 dorpjes! Allemaal mijndorpjes! Onderweg moesten we een paar keer langs de weg stoppen voor de gigantische machines die aangeleverd werden voor de mijnen.
Wij zetten koers naar Mount Magnet. We hadden afgesproken om de 1 1/2 uur zo’n beetje te wisselen met rijden. Dit hield het tempo erin en daardoor leek het rijden niet zo lang. De plastops waren kort en krachtig.
Na zo’n 200 kilometer door de middle of nowhere kwamen we in het mijnstadje Newman. Dit stadje was ooit eigendom van BHP, een mijn en staalbedrijf. Ze verkochten het stadje symbolisch voor $1,-aan de West Australische overheid.
Er zijn twee belangrijke mijnen in de buurt. Mount Whaleback en Orebody 29, dit zijn ijzerertsmijnen. Ook hier vertrekken treinen die wel 3,75 kilometer lang kunnen zijn. Deze worden getrokken worden door tot zes locomotieven. Alle ijzererts uit de mijn wordt dan naar Port Headland gereden over een private spoortweg van wel 426 kilometer lang! Kortom allemaal weer zeer indrukwekkend.
In Newman tankten we de camper weer vol met diesel en kochten wat lekker broodjes. Daarna, hup, weer verder rijden.

We wilden eigenlijk dus naar Mount Magnet, maar helaas zat daar de camping al vol. Toen werd het even spannend, want hier langs de Great Northern Highway zijn maar 3 dorpen, dus ook maar 3 campings. Zenuwachtig belde Fida naar Cue Tourist Park, die zat ook vol… Oh nee, wacht ik heb nog één plekje voor één nacht! Oeff wij blij!
Dus na 538 kilometer recht door en toen rechtsaf waren we op de camping.
Cue. Ook een interessant verhaal dit mijndorpje. Hier werd in 1894 goud gevonden (een klomp van 280 gram), waarna binnen een aantal dagen de eerste goudzoekers arriveerden. In 1900 woonden er al 10.000 mensen en waren er allerlei gebouwen gebouwd. Mocht je het interessant vinden kun je hier meer lezen.

Nu was Cue een dode boel. In de straat verlaten winkels, geen mens op straat. Alleen grote road trains die door het stadje heen denderen. Yela en ik kijken even wat rond. In de buurt is ook weer een mijn, dus daar is nog wel wat werk van en dus nog wat inwoners. Daarnaast stoppen er hier ook toeristen, degene met veel tijd verkennen hier dan de omgeving.

Wij sliepen er een nachtje en reden de volgende dag door. Op naar de groenere gebieden van New Norcia.

0 reacties